ECLI:NL:RBNHO:2014:2538
Rechtbank Noord-Holland · 21-03-2014 · zaaknummer 15/710160-13
Inhoudsindicatie
Promis; art. 6 WVW; bewezenverklaring van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in aanmerkelijke onoplettendheid en het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht; aanmerkelijk onoplettend; strafoplegging. Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onoplettend gehandeld door niet op het verkeer te letten, terwijl hij met 50 kilometer per uur een tijdig aangegeven en goed verlicht zebrapad naderde. Verdachte is in gedachten verzonken zonder zijn snelheid te minderen de voetgangersoversteekplaats genaderd en heeft daardoor veel te laat de voetganger gezien die zich toen al midden op dat zebrapad bevond. Hierdoor is het slachtoffer op de motorkap van de auto van verdachte terecht gekomen, waarna hij enkele meters de lucht in werd geworpen en hard ten val kwam. De voetganger, een man van toen 79 jaar oud die nog goed ter been was en helder van geest, is hierdoor zo ernstig gewond geraakt dat het zeer de vraag is of hij nog volledig zal herstellen. Hoewel verdachte een en ander uiteraard niet expres heeft gedaan en het ongeval zelf ook diep betreurd, moet dit verdachte toch ernstig worden aangerekend. De rechtbank heeft ten voordele van verdachte rekening gehouden met het feit dat verdachte blijk heeft gegeven van gevoelens van verdriet en spijt. Hij heeft getracht contact op te nemen met het slachtoffer om zijn medeleven te betrachten, doch het slachtoffer staat daar (nog) niet voor open. Ten gunste van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 31 januari 2014 niet eerder ter zake van enig strafbaar feit met politie en/of justitie in aanraking is geweest. De door de officier van justitie geformuleerde strafeis is in overeenstemming is met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank is tevens van oordeel dat verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen dient te worden ontzegd voor na te noemen duur. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte van deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte er voor het einde van die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.
Advocaten
- B. Munneke
- I. Hené
Officier van justitie
- C.J.C. Vos
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
