ECLI:NL:RBNHO:2014:11758
Rechtbank Noord-Holland · 11-12-2014 · zaaknummer C-15-218007 - KG ZA 14-499
Inhoudsindicatie
Vordering van de Gemeente Zaanstad tot ontruiming van de door gedaagde in gebruik zijnde opstal en grond (kantine, kleedkamers en twee sportvelden). De voorzieningenrechter overweegt dat de gehuurde opstal voldoet aan het criterium van artikel 7:230a lid 1 BW. Zoals hiervoor is geoordeeld ligt het zwaartepunt van het gehuurde op de huur van de opstal, zodat de overeenkomst in zijn geheel wordt beheerst door artikel 7:230a BW. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het beroep op rechtsverwerking slaagt hetgeen tot de conclusie leidt dat gedaagde zich niet op artikel 7:230a, lid 1 BW kan beroepen. Nu de door de Gemeente aangezegde einddatum van de huur reeds is verstreken, stelt de Gemeente zich terecht op het standpunt dat gedaagde zonder recht of titel in/op het gehuurde verblijft. De vordering tot ontruiming ligt dan ook voor toewijzing gereed. Afweging van de wederzijdse belangen leidt echter tot toewijzing van de vordering op een andere termijn dan door de Gemeente gevorderd, namelijk vier maanden in plaats van twee weken. Deze termijn kan gedaagde, die naar eigen zeggen nu in haar laagseizoen zit, benutten om een alternatieve bedrijfslocatie te vinden.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
