ECLI:NL:RBNHO:2014:11473
Rechtbank Noord-Holland · 02-12-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 4235
Inhoudsindicatie
De voorzieningenrechter is van oordeel dat een voorlopige voorziening zich niet leent voor het geven van een rechtsoordeel over de vraag of het opleggen van het ASP valt aan te merken als een criminal charge in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Mede gelet op de jurisprudentie in dezen van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan niet op voorhand worden gesteld dat het beroep van eiser op dit punt zeer kansrijk is. Het standpunt dat handhaving van het ASP lopende het beroep van verzoeker strijdig is met het voornemen van de minister zoals uiteengezet in haar brief van 10 oktober 2014, volgt de voorzieningenrechter niet. Genoemde brief laat zich immers niet uitdrukkelijk uit over de situatie die geldt bij verzoeker, waar wel reeds het ASP is opgelegd en het slot is ingebouwd, doch waarbij nog geen sprake is van een rechtens onaantastbaar besluit. Het feit dat de minister -voor een beperkte periode- een onderscheid maakt tussen zaken waarin het ASP reeds in uitvoering is en zaken waarin dit laatste nog niet is gebeurd, acht de voorzieningenrechter niet zonder meer in strijd met het verbod op willekeur. Het gaat immers om te onderscheiden categorieën, die voor wat betreft een belangrijk aspect, of het ASP wel of niet in uitvoering is, niet vergelijkbaar zijn. Nu niet gesteld kan worden het bestreden besluit zonder meer als onrechtmatig zal worden beoordeeld in de bodemprocedure, ziet de voorzieningenrechter, mede gelet op het algemeen belang van de verkeersveiligheid aanleiding om het verzoek om schorsing af te wijzen. Verzoekers stelling dat hij, gezien de bijzondere omstandigheden waarop hij met alcohol aan het verkeer deelnam, geen gevaar voor de verkeersveiligheid vormt, kan bij gebreke aan objectieve onderbouwing niet tot een andere conclusie leiden. Daar komt bij dat zijdens verzoeker geen zwaarwegende belangen zijn gesteld die schorsing van de maatregel zouden rechtvaardigen. In dit verband wijst de voorzieningenrechter er op dat het (reeds ingebouwde) alcoholslot weliswaar een inperking in verzoekers vrijheid om een auto te gebruiken met zich brengt, maar zijn baan staat niet op het spel nu verzoeker nog wel met de auto aan het verkeer kan deelnemen. Dat het ASP lastig in gebruik is, stress geeft en stigmatiserend zou zijn, acht de voorzieningenrechter mede afgewogen tegen het belang van de verkeersveiligheid niet van doorslaggevende betekenis. Dat het ASP zou leiden tot gevaarlijke situaties doordat onder het rijden ook moet worden geblazen, is niet aannemelijk geworden. Immers, als verzoeker moet blazen, dan heeft hij -zoals ter zitting door verweerder uiteen werd gezet- een aantal minuten de tijd om zijn auto op een veilige plek aan de kant te zetten. Mocht dat niet lukken omdat hij in een file rijdt, dan kan hij blazen tijdens een moment van stilstand in de file.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
