Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5487

Rechtbank Noord-Holland · 20-03-2013 · zaaknummer 128987 / HA ZA 06-1330 e.a.

Civiel rechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eindvonnis in “Safe Haven” zaak. Vervolg op Rb. Haarlem, LJN: BW9858 Ten aanzien van de Bank: De Rechtbank stelt de schade vast van de individuele beleggers vast op € 1.735.780,72 en de vordering van die beleggers van wie de rechtbank heeft vastgesteld dat de Stichting als lasthebber is opgetreden op € 1.191.764,73. Aldus bedraagt de totale vordering van de Stichting c.s. op de Bank € 2.927.545,45. De Stichting c.s. heeft zich er op beroepen dat de mate van eigen schuld van de beleggers op een lager aandeel dan 50% moet worden vastgesteld op grond van door haar genoemde jurisprudentie waaruit zou voortvloeien dat tekortschieten van professionele financiële dienstverleners in hun zorgplicht jegens niet-professionele beleggers bij de toepassing van artikel 6:101 BW zwaarder weegt dan fouten van particuliere beleggers. Met de Bank is de rechtbank van oordeel dat dit standpunt van de Stichting c.s. ongegrond is. De door haar genoemde jurisprudentie waarop zij haar standpunt baseert (waaronder HR 5 juni 2009, LJN BH2815 en HR 23 mei 1997, LJN ZC2376) heeft immers betrekking op een geheel andere situatie dan de onderhavige. In de bedoelde arresten ging het om de aansprakelijkheid van een financiële instelling in de hoedanigheid van aanbieder van effectenlease-overeenkomsten. In het onderhavige geval daarentegen wordt de Bank niet het aanbieden van een product verweten, maar het (na 15 oktober 1996) beschikbaar stellen van de Rekening van Safe Haven. Alles afwegende oordeelt de rechtbank dat de mate van eigen schuld per belegger op 50% moet worden gesteld, zodat de vergoedingsplicht van de Bank met een dienovereenkomstig deel moet worden verminderd. Ten aanzien van gedaagden sub 2 en 3 Vaststelling van de te betalen schadevergoeding door gedaagden sub 2 en 3, tegen wie verstek is verleend, op € 6.977.721,25. De door de Bank gevoerde verweren kunnen mede ten voordele van gedaagden sub 2 en 3 strekken. Dit is in casu slechts in beperkte mate het geval. Ten aanzien van hen heeft de Stichting wel als lasthebber van de individuele beleggers te gelden. Met het opnemen van een vrijwaringsverplichting in het dictum acht de rechtbank de belangen van gedaagden sub 2 en 3 voldoende gewaarborgd.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.