ECLI:NL:RBNHO:2013:7692
Rechtbank Noord-Holland · 27-06-2013 · zaaknummer HAA 13/263
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder […] niet aangetoond dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Awir. […] Verweerder heeft in zijn aanvullende motivering niet aannemelijk gemaakt bij de definitieve vaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte te kunnen zijn geweest van het ontbreken van gegevens (zoals het ontbreken van een geldige overeenkomst met het gastouderbureau of het ontbreken van bewijs van betaling van de eigen bijdrage) die thans aanleiding voor de herziening zijn geweest. Evenmin is voldaan aan de in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awir voor herziening gestelde eisen. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat eiseres op het moment van vaststelling van de definitieve tegemoetkoming wist dat de tegemoetkoming tot een te hoog bedrag is toegekend. Er is geen grond voor het oordeel dat zij dat behoorde te weten.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
