ECLI:NL:RBNHO:2013:7691
Rechtbank Noord-Holland · 27-06-2013 · zaaknummer HAA 13/370
Inhoudsindicatie
Uit artikel 52 van de Wko, gelezen in samenhang met artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling, volgt dat de overeenkomst, bedoeld in artikel 52 van de Wko, in elk geval de gegevens, genoemd in artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling moet bevatten. De Afdeling heeft meerdere malen overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van 13 maart 2013, LJN: BZ 3960), dat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag bestaat indien geen sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van de Wko die de basis vormt voor de kinderopvang. Daaruit volgt dat eiser geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2009 nu verweerder terecht heeft gewezen op het ontbreken van meerdere in artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling genoemde gegevens in de overeenkomst, waardoor deze geen basis voor de geboden kinderopvang kan vormen. Gelet hierop is verweerder op grond van artikel 16, vierde lid, van de Awir bevoegd het voorschot van de kinderopvangtoeslag over 2009 ten behoeve van eiser te herzien in nihil. Artikel 26 van de Awir is dwingendrechtelijk aard. In de Awir is geen bepaling opgenomen op grond waarvan verweerder van terugvordering kan afzien dan wel de terugvordering kan matigen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
