Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2013:5646

Rechtbank Noord-Holland · 27-06-2013 · zaaknummer AWB-12_1266

BestuursrechtGepubliceerd 03-07-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Geschil gaat over de uitpondingswaarde van vakantiewoningen bij het bepalen van de WOZ-waarde van een recreatieterrein In de toelichting op artikel 16 onderdeel e, van de Wet WOZ in de Nota van wijziging inzake vereenvoudiging van de regels voor objectafbakening voor recreatieterreinen (TK 2003-2004, 29612. nr. 7) staat dat “de waardering van het recreatieterrein in beginsel zal plaatsvinden op de waarde die daaraan kan worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen (waarde in het economisch verkeer; op grond van artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ). Voor zover het recreatieterrein bestaat uit woningen (recreatiewoningen en onroerende stacaravans) die worden verhuurd zal dat in de praktijk betekenen dat dit kan worden gewaardeerd op basis van de exploitatiemogelijkheden.” De rechtbank heeft geen aanleiding om in dit geval hierover anders te oordelen. Dit betekent dat het onderhavige WOZ-object moet worden gewaardeerd in de staat waarin het zich op de waardepeildatum van 1 januari 2008 bevindt. Gelet op de eigendoms- en gebruikerssituatie in deze is er naar het oordeel van de rechtbank geen plaats voor toepassing van de uitpondingswaarde zoals verweerder voorstaat. De toevoeging van de uitpondingswaarde leidt er immers toe dat één deel van het geheel – te weten de vakantiewoningen – naast te zijn betrokken in de bedrijfswaarde nogmaals afzonderlijk wordt betrokken in de waardebepaling. De rechtbank acht dat niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 16, onderdeel e en artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de waardebepaling van onderhavig WOZ-object enkel dient te worden bepaald op basis van de exploitatiemogelijkheden, ofwel de bedrijfswaarde. Door dat niet te doen geeft verweerder blijk van een onjuiste rechtstoepassing. De omstandigheid, zoals verweerder ter zitting stelt, dat het buiten toepassing laten van de uitpondingswaarde leidt tot grote waardeverschillen van de op Texel aanwezige recreatieterreinen brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Onbetwist is immers dat onderhavige eigendoms- en gebruikerssituatie uniek is op Texel. Er is dan ook geen sprake van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld. Over de hoogte van de bedrijfswaarde van onderhavig WOZ-object bestaat tussen partijen geen verschil van mening en ook de rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de bedrijfswaarde van € 3.243.946 te twijfelen. In het kader van de definitieve geschillenbeslechting ziet de rechtbank daarom aanleiding om de WOZ-waarde van onderhavig object, uitgaande van de waardepeildatum van 1 januari 2008, voor het belastingjaar 2009 vast te stellen op € 3.243.946 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar. Verweerder hoeft dus niet opnieuw op de bezwaarschriften van eisers te beslissen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de gemeente Texel

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de gemeente Texel

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.