Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2013:13923

Rechtbank Noord-Holland · 18-12-2013 · zaaknummer C/15/206123 / HA ZA 13-428

Civiel rechtGepubliceerd 15-04-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vervroegde onteigening in verband met omlegging A9 Badhoevedorp. Het verweer dat de Staat geen serieuze verwervingspogingen heeft ondernomen omdat hij in de onderhandelingen voor alle te verwerven gronden heeft ingezet op eenzelfde grondwaarde van € 25,- per m2, wordt verworpen. Dat in de door de Staat gedane aanbiedingen onvoldoende rekening is gehouden met de verwachtingswaarde die aan de gronden toekomt, kan haar niet baten. Het betoog dat een hoge verwachtingswaarde aan de gronden moet worden toegekend, baseert zij op een samenwerkingsovereenkomst alsmede op door de provincie en gemeente gedane toezeggingen. De rechtbank volgt verweersters niet in de stelling op grond van inspanningsverplichtingen opgenomen in het Streekplan en in de Structuurvisie Noord-Holland 2040 een recht op ontwikkeling van de gronden te kunnen doen gelden zodra de ligging van de A9 bekend is, wat met zich brengt dat een redelijk handelend koper bereid is een hogere grondprijs te betalen. Vaststaat dat in de samenwerkingsovereenkomst om een bedrijventerrein op de gronden mogelijk te maken uitdrukkelijk rekening is gehouden met het nog niet vaststaan van het tracé van de A9. Nu die randvoorwaarde eerst met het tracébesluit waarop de huidige onteigening is gebaseerd, is vervuld, leveren de gestelde contractuele verplichtingen onvoldoende concrete onderbouwing dat een hogere verwachtingswaarde aan de gronden moet worden toegekend. Dit geldt temeer nu de gestelde contractuele verplichting, gelet op de teksten waarnaar is verwezen, juist niet op het tracé van de omgelegde A9 lijkt te rusten. Zoals de Staat (ter zitting) onweersproken heeft gesteld, vertegenwoordigen gronden met een blijvende agrarische bestemming in de betreffende regio een waarde van € 7,- à € 8,- per m2. Gelet hierop constateert de rechtbank dat in het aanbod van de Staat van € 25,- per m2 een opslag zit in verband met verwachtingen ten aanzien van mogelijke, toekomstige ontwikkelingen. Het beroep op artikel 25j lid 1 Mededingingswet (Mw) waarin is bepaald dat het niet is toegestaan een overheidsbedrijf, waarin het bestuursorgaan wiens optreden wordt gewraakt, zelf is betrokken, te bevoordelen boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt, wordt verworpen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de Mededingingswet niet strekt tot bescherming van (privaat) eigendom, zoals de Onteigeningswet, maar tot bevordering van de marktwerking en het bestrijden van onaanvaardbare concurrentiebeperking in het bedrijfsleven. De omstandigheid dat bij de keuze in het tracébesluit ten behoeve waarvan de onderhavige onteigening plaatsheeft, mogelijk sprake is van bevoordeling van een overheidsbedrijf waarin de Staat zelf (indirect) participeert, is in het onteigeningsgeding derhalve op zichzelf niet van belang en kan niet afdoen aan de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit (vergelijk Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006: AV9441).

Advocaten

  • F.A. Mulder
  • J.J. Hoekstra
  • M. Rus-Van der Velde

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.