ECLI:NL:RBNHO:2013:13046
Rechtbank Noord-Holland · 18-12-2013 · zaaknummer 15/710201-13 (ontneming)
Inhoudsindicatie
Ontneming, strafrechtelijke verjaring, tijdsverloop, nihil stelling De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ziet op het teveel aan verstrekte uitkeringsgelden in de periode 1 maart 1993 tot en met 30 juni 1997. Ten aanzien van deze periode geldt dat er sprake is van de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke verjaring. Gelet echter op het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI2307) sluit noch de tekst van de verjaringsbepaling (artikel 70 Sr) noch de tekst van artikel 36e, tweede lid, Sr uit dat voordeel wordt ontnomen uit soortgelijke feiten ten aanzien waarvan het recht tot strafvordering door verjaring is vervallen. De rechtbank zal, gelet op het zeer lange tijdsverloop sinds de verkrijging van het voordeel, de gevorderde leeftijd van verdachte, haar broze (psychische) gezondheid, de reeds lopende terugbetalingsverplichting aan de gemeente over een maximaal te verhalen uitkeringsperiode en daar bovenop nog de fiscale consequenties waar veroordeelde zich mee geconfronteerd ziet, de verplichting tot betaling op nihil stellen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
