ECLI:NL:RBNHO:2013:12319
Rechtbank Noord-Holland · 22-11-2013 · zaaknummer HAA 12/5489
Inhoudsindicatie
Eiseres heeft haar aanvraag om kinderopvangtoeslag over 2011 ingediend buiten de in artikel 15 van de Awir neergelegde termijn. Ter zitting heeft eiseres verzocht om een ‘coulanceregeling’. Allereerst stelt de rechtbank vast dat artikel 15 van de Awir verweerder niet de bevoegdheid verschaft eiseres een langere termijn te geven waarbinnen zij tijdig een aanvraag voor kinderopvangtoeslag kan indienen. Het artikel is dwingendrechtelijk van aard. Voor zover eiseres met haar verzoek bedoeld heeft te betogen dat toepassing van artikel 15 van de Awir in haar geval onredelijk is en dat deze bepaling derhalve niet of anders moet worden toegepast, moet dit betoog worden verworpen. De rechtbank is niet bevoegd op grond van redelijkheid en billijkheid een juiste wetstoepassing achterwege te laten. In artikel 11 van de Wet van 1829, Stb. 28, houdende Algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk, is immers (dwingend) voorgeschreven dat de rechter volgens de wet moet rechtspreken en dat hij in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet mag beoordelen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
