Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBNHO:2013:11154

Rechtbank Noord-Holland · 21-11-2013 · zaaknummer 15/710554-12

StrafrechtGepubliceerd 21-11-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Promis; 6 Wegenverkeerswet. Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto op 18 januari 2012 een verkeersongeval veroorzaakt op de Venneperweg te Nieuw-Vennep doordat zij onvoldoende voorzichtigheid heeft betracht. Zij reed met haar personenauto vanuit de uitrit van haar ouderlijk huis achteruit de Venneperweg op, stak al achteruitrijdend de eerste rijstrook over en reed aansluitend over een zich aldaar bevindende doorgetrokken streep de daarnaast gelegen rijstroken op. Zij reed daarbij achteruit in tegengestelde richting ten opzichte van het verkeer op die rijbaan en was voornemens vervolgens vooruit rijdend haar weg in de juiste richting te vervolgen. Er stonden auto’s te wachten voor het verkeerslicht en het was de bedoeling van verdachte om achter die auto’s aan te sluiten. Bij het achteruit rijden heeft zij echter het latere slachtoffer, een in opvallende kledij gestoken motoragent, die zich op zijn dienstmotor nog achter die auto’s bevond, in het geheel niet heeft gezien. Verdachte is met haar auto tegen de motorfiets aangereden en de motoragent is hierdoor hard ten val gekomen. Het slachtoffer heeft tengevolge van dit ongeval zijn pols op twee plaatsen gebroken, waardoor hij langere tijd zijn werkzaamheden als politiesurveillant niet heeft kunnen uitoefenen. Ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven van gevoelens van spijt en medeleven met het slachtoffer. Verdachte heeft het slachtoffer een bezoek gebracht en zich voor haar handelwijze en gedrag bij hem verontschuldigd. Het slachtoffer heeft toen aangegeven dat hij zich er van bewust was dat verdachte hem niet expres had aangereden. De rechtbank acht het positief dat verdachte het slachtoffer op een dergelijke wijze persoonlijk heeft benaderd en zal hiermee enigszins rekening houden bij het bepalen van de strafmaat. Ook de rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte erg geschrokken is van hetgeen is gebeurd en het ongeval erg betreurt. De rechtbank zal voorts rekening houden met het feit dat tussen de dag van het ongeval en de dag van de inhoudelijke behandeling van de onderhavige zaak, onwenselijk veel tijd heeft gezeten, waardoor verdachte geruime tijd in onzekerheid heeft verkeerd over de eventuele strafrechtelijke gevolgen daarvan. De rechtbank heeft gekozen voor een andere strafmodaliteit dan door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank dit in overeenstemming acht met de ernst van het strafbare feit, zoals die moeten worden gekwalificeerd in de door de rechtbank bewezen geachte variant. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een geldboete moet worden opgelegd. De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen dient te worden ontzegd voor na te noemen duur. De rechtbank zal echter bepalen dat deze straf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan, rekening houdend met de tijd die inmiddels na het ongeval is verstreken, een proeftijd verbinden één jaar opdat verdachte er voor het einde van die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Advocaten

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.