ECLI:NL:RBMNE:2026:1981
Rechtbank Midden-Nederland · 23-03-2026 · zaaknummer UTR 23/5720
Inhoudsindicatie
Uit de omschrijving van de woning in het door de heffingsambtenaar overgelegde taxatierapport (pagina 12) volgt dat de woning een matige ligging heeft. De woning ligt aan de voorzijde aan een doorgaande tweerichtingsweg en aan de achterzijde is sprake van bedrijvigheid. De toegang tot deze bedrijven wordt gegeven middels een oprit, waardoor er sprake is van recht van overpad. Uit de omschrijving in het taxatierapport van de referentiewoningen (pagina 14 e.v.) volgt dat, wat ook uit de matrix blijkt, de referentiewoningen alle drie een minder dan gemiddelde ligging hebben. Uit diezelfde omschrijvingen volgt ook dat de ligging van de woning minder gunstig wordt beoordeeld dan de ligging van de referentiewoningen. Hieruit kan geen andere conclusie getrokken worden dan dat de heffingsambtenaar, naast de correctie voor de bestemming, ook een feitelijke correctie voor de ligging toe had moeten passen. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal de waarde van de woning, door toepassing van een correctie voor de ligging (van factor 3 naar factor 1) van 20% op de grondwaarde, in goede justitie vaststellen op € 674.000,-. De rechtbank zal verder bepalen dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd. Toewijzing PKV.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
