ECLI:NL:RBMNE:2024:5259
Rechtbank Midden-Nederland · 04-09-2024 · zaaknummer 10832014
Inhoudsindicatie
Partijen hadden voorheen een affectieve relatie die inmiddels is geëindigd. Beiden willen in de gezamenlijke sociale huurwoning blijven wonen en vorderen over en weer dat hen uitsluitend het huurrecht toekomt van de woning (art. 7:267 lid 7 BW). Partijen hebben samen een kind en gedaagde heeft nog een zoon uit een eerdere relatie. Normaal gesproken zouden de belangen van zoon doorslaggevend zijn geweest. In dit geval heeft gedaagde echter onvoldoende onderbouwd dat hij in de woning zal kunnen blijven, omdat niet vast is komen te staan dat hij voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komt. De vorderingen van eiseres worden toegewezen en die van gedaagde worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
