ECLI:NL:RBMNE:2024:239
Rechtbank Midden-Nederland · 23-01-2024 · zaaknummer 16/284467-21 (P)
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich gedurende een periode van drie jaren meermalen schuldig gemaakt aan oplichting. Verdachte heeft zich daarbij meermalen bediend van valsheid in geschrift. Het totale benadelingsbedrag loopt in de tonnen. Verdachte heeft verder verzuimd te voldoen aan zijn inlichtingenplicht ten aanzien van zijn persoonlijk faillissement. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van dertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan tien maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren. De benadeelde partijen met een vordering ontstaan vóór het faillissement van verdachte zijn niet-ontvankelijk. Zij kunnen hun vordering gelet op artikel 26 en 110 Faillissementswet slechts indienen bij de curator. De rechtbank legt in deze gevallen ook geen schadevergoedingsmaatregel op.
Advocaten
Officier van justitie
- J.R.F. Esbir Wildeman
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
