ECLI:NL:RBMNE:2020:714
Rechtbank Midden-Nederland · 17-02-2020 · zaaknummer UTR - 19 _ 2826
Inhoudsindicatie
Wet inburgering, inburgeringstermijn en -boete. Verzoek van eiser om verlenging van de inburgeringstermijn wegens medische omstandigheden. Verweerder wijst dit verzoek af en legt eiser een boete op omdat hij niet binnen de termijn is ingeburgerd (artikel 31 lid 1 en artikel 7b lid 1 Wet inburgering). Het advies dat verweerder aan dit besluit ten grondslag legt is naar het oordeel van de rechtbank onzorgvuldig, omdat de medisch adviseur niet inhoudelijk op de ptss van eiser is ingegaan. In een aanvullend advies doet de medisch adviseur dit wel, zodat dit advies wel zorgvuldig is. Eiser heeft op zijn beurt niet aannemelijk gemaakt dat hem geen verwijt treft ter zake van het niet tijdig voldoen aan zijn inburgeringsplicht (artikel 7b, derde lid, onder a Wet inburgerging). Beroep gegrond, rechtsgevolgen in stand gelaten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
