ECLI:NL:RBMNE:2020:5142
Rechtbank Midden-Nederland · 24-11-2020 · zaaknummer 16.068776.20
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. De rechtbank acht bewezen dat verdachte schuld heeft gehad aan dit ongeval in die zin dat hij zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Dat levert een overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 op. Verdachte is op een kruising in botsing gekomen met een brommer die werd bestuurd door het slachtoffer. Verdachte heeft daarbij verschillende verkeersovertredingen begaan. Hij is in de eerste plaats voor het kruispunt de voorsorteerstrook voor linksaf rijdend verkeer opgereden, maar heeft op het kruispunt een andere richting gevolgd door rechtdoor te rijden. Op het kruispunt is verdachte vervolgens door rood licht gereden. Na het passeren van het rode stoplicht is hij bovendien doorgereden in een hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan. Daarbij heeft hij geen voorrang gegeven aan het slachtoffer dat op dat moment van rechts kwam. Het slachtoffer reed ook net door rood voordat hij het kruispunt opreed en had niet de beschikking over een rijbewijs. Deze overtredingen wegen voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 echter niet op tegen het verkeersgedrag van de verdachte. De rechtbank heeft aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 60 dagen en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar. De LOVS oriëntatiepunt gaan voor het bewezenverklaarde feit uit van een taakstraf van 160 uren en daarnaast een onvoorwaardelijke rijontzegging. De rechtbank heeft in dit geval gekozen voor een andere strafmodaliteit, omdat verdachte onvindbaar is en geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Omdat gevangenisstraf als een zwaardere strafmodaliteit moet worden aangemerkt dan een taakstraf, heeft de rechtbank niet de gevangenisstraf opgelegd die gelijk is aan de duur van de vervangende hechtenis die normaal wordt opgelegd bij het niet uitvoeren van een taakstraf van 160 uur, zijnde 80 uren. Ook moet verdachte een vergoeding betalen voor de immateriële schade van het slachtoffer.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- A.M. Lobregt
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
