ECLI:NL:RBMNE:2018:3763
Rechtbank Midden-Nederland · 08-08-2018 · zaaknummer C/16/463649 / KG ZA 18-431
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vader verzoekt de rechtbank om zijn zoon te veroordelen tot uitruiming. De zoon woont sinds zijn geboorte in 1990 bij zijn vader in een appartement. Ze hebben een slechte relatie die uitmondde in een geweldsincident. De vader heeft daarna een huisverbod opgelegd gekregen. Sindsdien woont de zoon alleen in de woning. De vader woont in de garage waar hij ook werkt. Daar heeft hij een matras neergelegd. De vader is huurder van de woning en de zoon heeft nooit medehuurderschap aangevraagd bij de verhuurder. Nu de vader niet langer wil dat zijn zoon bij hem inwoont heeft hij geen recht of titel om in de woning te verblijven. De voorzieningenrechter beslist dat de zoon de woning moet verlaten. Hij krijgt twee weken de tijd om een andere woonruimte te zoeken, in tegenstelling tot de gevorderde twee dagen.
Rechters
Advocaten
- R. Vleugel
- S. van Beers
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
