Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMNE:2018:3708

Rechtbank Midden-Nederland · 03-08-2018 · zaaknummer UTR 18/2067 en UTR 18/1585

BestuursrechtGepubliceerd 06-08-2018
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

beroep en vovo, drank- en horecawetvergunning, exploitatievergunning, horecabedrijf, slecht levensgedrag, openbare orde, spoedeisend belang artikel 2:28a, eerste lid, onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort, artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd op grond waarvan eiser in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wat de grondslag is voor de weigering van de drank- en horecawetvergunning en de exploitatievergunning. De voorzieningenrechter vindt daarvoor van belang dat de motivering in het bestreden besluit en de toelichting van verweerder ter zitting uitgaat van een weging van de omstandigheden in onderlinge samenhang bezien. Aangezien verweerder twee van de drie betrokken omstandigheden in redelijkheid niet heeft kunnen betrekken, vervalt die onderlinge samenhang en daarmee het fundament van verweerders overwegingen. Verweerder heeft aan de weigering van de exploitatievergunning ook ten grondslag gelegd dat sprake is van een eerdere sluiting in de afgelopen drie jaar van een horecabedrijf van eiser vanwege een onmiddellijk en ernstig gevaar voor de openbare orde (artikel 2:28a, eerste lid, onder b, van de APV). De voorzieningenrechter is van oordeel dat onverkorte toepassing van artikel 2:28a, eerste lid, onder b, van de APV kennelijk onredelijk is onder de omstandigheden van het geval. Deze bepaling dient vanwege de nadelige gevolgen voor eiser buiten toepassing te worden gelaten. Het beroep is gegrond. De voorzieningenrechter ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen. De voorzieningenrechter gaat daartoe over omdat de grondslag van de weigering eiser de gevraagde vergunningen te verlenen, is komen te vervallen. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen op eisers aanvraag met inachtneming van deze uitspraak. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat niet gebleken is van een dreigende onomkeerbare financiële noodsituatie.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.