ECLI:NL:RBMNE:2018:2295
Rechtbank Midden-Nederland · 15-05-2018 · zaaknummer UTR 17/2928
Inhoudsindicatie
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De jachtakte van eiser is bij het primaire besluit ingetrokken op grond van het bepaalde in artikel 5.4, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wnb. Artikel 5.4, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wnb is gelijkluidend aan het voormalige artikel 41, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ffw. In artikel 1 van de in bijlage 2 van de Awb vastgelegde Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak is bepaald geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten die zijn genomen op grond van artikel 5.4, vierde lid, van de Wnb, ingeval de jachtakte is geweigerd of ingetrokken of mede is geweigerd of ingetrokken om redenen als bedoeld in artikel 5.4, vierde lid, onderdeel c. Strikte toepassing van deze bijlage leidt ertoe dat eiser geen beroep kan instellen bij de bestuursrechter tegen het door hem in deze zaak bestreden besluit en dat de bestuursrechter onbevoegd zou zijn om het beroep van eiser inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank acht zich bevoegd om het beroep inhoudelijk te beoordelen omdat in de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van Wnb geen enkele aanwijzing is te vinden voor een oogmerk tot wijziging van de rechtsbescherming. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het wetsvoorstel ‘Verbeteringen in enkele wetten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid’ (Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2018) in voorbereiding. Op grond van artikel II, onder B, van dit wetsvoorstel wordt de in bijlage 2 van de Awb vastgelegde Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak gewijzigd, waarbij de zinsneden met betrekking tot de Wnb vervallen. In de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel is hierover opgemerkt dat de hiervoor beschreven, eerder bestaande mogelijkheid om bij besluiten zoals hier aan de orde beroep in te stellen bij de bestuursrechter, per abuis is uitgesloten met de inwerkingtreding van de Wnb (Kamerstukken II 2017/18, 34 887, nr. 3, p. 3). De rechtbank vindt hierin steun voor verweerders standpunt dat sprake is van een omissie en stelt aldus vast dat inmiddels stappen worden ondernomen om de wijziging van de rechtsbescherming te herstellen. Inhoudelijk is het beroep ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
