ECLI:NL:RBMNE:2017:450
Rechtbank Midden-Nederland · 02-02-2017 · zaaknummer C/16/418971 / FO RK 16-22
Inhoudsindicatie
Interlandelijke adoptie. De vrouw en de man beschikken over een verklaring in de zin van artikel 23 van het Haags Adoptie Verdrag 1993. De adoptie van de minderjarige door de vrouw is in overeenstemming met het Verdrag tot stand gekomen en wordt van rechtswege erkend in Nederland. De vrouw kan de buitenlandse adoptiebeslissing laten inschrijven door de ambtenaar van de burgerlijke stand. De rechtbank hoeft ten aanzien van de adoptie van de minderjarige door de vrouw derhalve geen beslissing meer te nemen. De adoptie van de minderjarige door de man is niet in overeenstemming met het Verdrag tot stand gekomen. De man beschikt niet over de ingevolge artikel 14 en 15 van het Verdrag vereiste beginseltoestemming. Gelet hierop kan de adoptie van de minderjarige door de man niet (van rechtswege) worden erkend in Nederland, wegens strijd met de openbare orde (artikel 24 van het Verdrag). De rechtbank wijst het primaire verzoek af en wijst het subsidiaire verzoek toe. De rechtbank spreekt de adoptie uit van de minderjarige door de man naar Nederlands recht.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
