ECLI:NL:RBMNE:2017:3973
Rechtbank Midden-Nederland · 17-07-2017 · zaaknummer UTR 17/196 en 17/197
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: WW, verwijtbare werkloosheid Wetsartikelen: - Samenvatting: Met de latere vaststelling van het recht van eiser op een WW-uitkering per 2 januari 2017 en de uitbetaling daarvan door verweerder bij het latere bestreden besluit 3, gaat de rechtbank ervan uit dat bij eiser geen sprake is van verwijtbare werkloosheid in de zin van de WW. De rechtbank acht het onbegrijpelijk dat verweerder ter zitting het aan het bestreden besluit 1 ten grondslag gelegde standpunt ten aanzien van de verwijtbaarheid van het eindigen van het dienstverband van eiser met [bedrijfsnaam] B.V., heeft gehandhaafd. Het handhaven van dit standpunt verhoudt zich immers geheel niet tot het later door verweerder genomen bestreden besluit 3, waarin over diezelfde verwijtbaarheid een ander standpunt is ingenomen. Ten overvloede wijst de rechtbank verweerder hierbij op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 18 februari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH2387) waarin is bepaald dat het voor de vaststelling van verwijtbare werkloosheid in de zin van de WW niet uitmaakt voor welke ontslagroute de werkgever en werknemer hebben gekozen, maar dat de ontslagreden daarvoor bepalend is. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit 1 is gegrond, en dit besluit dient te worden vernietigd. Op grond van artikel 7:686a, vierde lid, onder a, van het Burgerlijk Wetboek, dient een verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet binnen twee maanden na het ontslag te worden ingediend bij de kantonrechter. Eiser is op 6 september 2016 op staande voet ontslagen, en kon dus uiterlijk op 6 november 2016 een vernietigingsverzoek van dat ontslag indienen bij de kantonrechter. Eiser heeft dit pas op 8 november 2016, en dus te laat, gedaan. Dit betekent dat het ontslag op staande voet van 6 september 2016 in rechte vast is komen te staan. zodat eiser per 7 september 2016 werkloos geworden en zijn recht op WW ook per 7 september 2016 is ontstaan. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit 3 is dus ook gegrond, en ook dit besluit dient te worden vernietigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
