ECLI:NL:RBMNE:2017:2288
Rechtbank Midden-Nederland · 19-04-2017 · zaaknummer 5181825 MC EXPL 16-7268 wh/1031
Inhoudsindicatie
Huurgeschil tussen de gemeente en gedaagde. Gedaagde huurt een perceel grond van de gemeente. Op dat perceel grond is een opstal gevestigd, waarin de discotheel [gedaagde sub 1] wordt geexploiteerd door gedaagde. Gedaagde betaalt de huur niet vanwege overlast van hangjongeren, drugsgebruik en prostitutie bij het naastgelegen basketbalveld. Partijen treden in onderhandeling over een tweede huurovereenkomst maar dan op naam van een andere vennootschap. De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst met de oorspronkelijke vennootschap is beëindigd en dat met de nieuwe vennootschap een huurovereenkomst tot stand is gekomen. Gedaagden beroepen zich op een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW en subsidiair op een onrechtmatige overheidsdaad. Gedaagden vorderen vergoeding van de schade en subsidiair vermindering van de huurprijs. De kantonrechter is niet gebleken dat de Gemeente het sportveld naast de discotheek specifiek heeft aangewezen als ‘hangplek’, maar wel is voldoende komen vast te staan dat de Gemeente de ontstane situatie, waarbij het sportveld wordt gebruikt door overlast veroorzakende personen, min of meer heeft gedoogd. Dat is evenwel onvoldoende om de door [gedaagde sub 1] voorgestane uitzondering op artikel 7:204 lid 3 BW aan te nemen. Dit zou anders kunnen zijn indien de Gemeente zodanige bevoegdheden heeft om tegen overlast veroorzakende derden op te treden, maar dat niet doet. Aangenomen moet worden dat de Gemeente, verantwoordelijk voor de openbare ruimte, het in haar macht heeft tegen overlast in die openbare ruimte op te treden. [gedaagde sub 1] verwijt de Gemeente dat zij ondanks diverse verzoeken daartoe heeft nagelaten afdoende op te treden tegen de overlast gevende activiteiten met als gevolg dat het gehuurde c.q. de discotheek beperkt toegankelijk was en kampte met een verminderde uitstraling. Met de Gemeente is de kantonrechter van oordeel dat, in samenspraak met [gedaagde sub 1] c.s., de Gemeente het driesporenbeleid in 2014 heeft ingezet. Gelet hierop is de uitzondering van artikel 7:204 lid 3 niet van toepassing. Geen huurprijsvermindering. De bestuurder van de vennootschappen is persoonlijk aangesproken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurder valt evenwel gelet op alle omstandigheden geen ernstig persoonlijk verwijt te maken.
Rechters
Advocaten
- I. de Gemeente
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Gemeente
eiser · overheid
Overheidspartijen
Gemeente
eiser
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
