ECLI:NL:RBMNE:2017:1980
Rechtbank Midden-Nederland · 19-04-2017 · zaaknummer 16/659036-17 (P)
Inhoudsindicatie
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat er bij deze vechtpartij geen sprake is van gezamenlijk handelen tussen verdachte en medeverdachte. De verdachte heeft zich op gewelddadige wijze bemoeid met de vechtpartij die gaande was, maar niet is gebleken dat er sprake was van een bewuste, nauwe en volledige samenwerking tussen verdachte en medeverdachte om het slachtoffer te mishandelen. Zij kunnen dan ook niet als medeplegers worden aangemerkt. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van het element “tezamen en in vereniging met een ander of anderen”. De verdachte heeft in de vroege ochtend van 1 januari 2017 in het uitgaansgebied in Almere iemand mishandeld. Het slachtoffer is tijdens deze mishandeling zeer ongelukkig ten val gekomen en heeft hierbij ernstig schedel/hersenletsel opgelopen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich heeft bemoeid met een vechtpartij, hierbij niet de-escalerend heeft opgetreden, maar ongeoorloofd en buitensporig geweld heeft toegepast met zwaar lichamelijk letsel voor het slachtoffer als gevolg. De rechtbank acht, alles afwegende, een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, passend en geboden.
Advocaten
- A.J.S. Visser
- L.D.H. Lesmeister
Officier van justitie
- A.J.S. Visser
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
