ECLI:NL:RBMNE:2017:1969
Rechtbank Midden-Nederland · 11-04-2017 · zaaknummer UTR - 16 _ 1736
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: huurtoeslag, bijzondere situatie, nabetaling Wetsartikelen: artikel 2b, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit op de huurtoeslag (Bht) Samenvatting: Eiser heeft in januari 2014 € 234,44 vakantietoeslag ontvangen over het jaar 2013. De vraag die voorligt, is of dit bedrag een nabetaling van inkomsten is uit het jaar 2013 die op grond van artikel 2b, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bht op verzoek bij de bepaling van de draagkracht voor de huurtoeslag 2014 buiten beschouwing wordt gelaten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat de door eiser in januari 2014 ontvangen vakantietoeslag geen nabetaling is. Bij het einde van de dienstbetrekking wordt aan de werknemer het bedrag aan vakantiebijslag uitbetaald, waarop hij op dat tijdstip recht heeft verworven. Dat is in eisers geval 18 december 2013. Op die datum is het door eiser opgebouwde bedrag aan vakantietoeslag dan ook vorderbaar. Nu de vakantietoeslag op 18 december 2013 vorderbaar is geworden en het bedrag pas eind januari aan eiser is betaald, is die betaling een nabetaling van inkomsten over 2013 die bij de betaling van de draagkracht voor de huurtoeslag over 2014 op verzoek buiten beschouwing wordt gelaten. Dit is ook in lijn met de door verweerder aangehaalde uitspraak van de ABRvS van 15 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:659).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
