ECLI:NL:RBMNE:2016:6489
Rechtbank Midden-Nederland · 05-12-2016 · zaaknummer UTR 16/3824
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft aan het opleggen van de boete ten grondslag gelegd dat eiseres op grond van artikel 49 van de Aow haar huwelijk aan verweerder had moeten melden. Bij uitspraak van heden (UTR 16/2147) heeft de rechtbank het beroep tegen de herziening van het pensioen op grond van de Aow tot de hoogte van een gehuwdenpensioen gegrond verklaard, de beslissing op het bezwaar vernietigd voor zover dat ziet op de herziening van het pensioen en het besluit in eerste aanleg herroepen, zodat op dit moment in rechte geen sprake meer is van teveel betaald pensioen. Om die reden kan de terugvordering geen standhouden. Het beroep tegen de terugvordering slaagt. Nu het beroep tegen de herziening en terugvordering gegrond is, er daardoor geen benadelingsbedrag is, en verweerder heeft verklaard dat er in dat geval geen grond meer is voor de boete, oordeelt de rechtbank dat de boete niet kan worden gehandhaafd. Het beroep slaagt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
