ECLI:NL:RBMNE:2016:4060
Rechtbank Midden-Nederland · 27-07-2016 · zaaknummer C/16/345736 / HA ZA 13-431
Inhoudsindicatie
Vervolg op het tussenvonnis van 20 april 2016, waarin is geoordeeld dat de bestuurder aannemelijk heeft gemaakt dat andere feiten en omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling (in de zin van artikel 2:248 lid 2 BW) een belangrijke oorzaak van het faillissemenet zijn. Ondanks kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (in de zin van artikel 2:248 lid 1 BW) in de laatste maanden voorafgaand aan het faillissement, is niet aannemelijk dat dit (mede) een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurder is daarom niet aansprakelijk op grond van artikel 2:248 lid 1 BW. Ook geen aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW, nu de curator heeft nagelaten om concreet te stellen welke schade de vennootschap heeft geleden. Hij heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe de onbehoorlijke taakvervulling ertoe heeft geleid dat het vermogen van de vennootschap is verdampt en tot het faillissementstekort heeft geleid.
Rechters
Advocaten
- D. Heitman
- I.D.C.J. van Driel
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
