ECLI:NL:RBMNE:2015:5392
Rechtbank Midden-Nederland · 16-07-2015 · zaaknummer UTR 15/197
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft het beroep tegen de intrekking en terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) van een budgethouder, die zorg heeft ingekocht bij de Stichting Me-Care te Nieuwegein, gegrond verklaard. Het zorgkantoor heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet heeft voldaan aan de in artikel 2.6.9, eerste lid, van de Regeling genoemde verplichtingen. Daarom was het zorgkantoor bevoegd de verleningsbesluiten 2013 en 2014 in te trekken. Het zorgkantoor dient bij de uitoefening van de discretionaire bevoegdheid tot terugvordering van onverschuldigd betaalde pgb-voorschotten rekening te houden met de in artikel 3:4 van de Awb neergelegde verplichting tot evenredige belangenafweging. Verweerder had het volgende bij de belangenafweging moeten betrekken. Ondanks dat de (verantwoording van de) besteding van het pgb de eigen verantwoordelijkheid is van de verzekerde dient sprake te zijn van een zorgplicht aan de zijde van verweerder. De omvang van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij enerzijds de intellectuele vermogens van de budgethouder een rol spelen en anderzijds de omvang van het te verstrekken pgb. In het onderhavige geval heeft het zorgkantoor zelf geconstateerd dat eiseres eigenlijk behoefte had aan een bewindvoerder om aan de verplichtingen samenhangend met het ontvangen van een pgb te kunnen voldoen terwijl het zorgkantoor bij toekenning van een – zeker voor eiseres – groot bedrag, wist dat dit aangewend zou worden voor het inkopen van zorg bij Me-Care. Het had op de weg van verweerder gelegen om in ieder geval de vinger aan de pols te houden maar ook om tijdig te waarschuwen voor de mogelijke consequenties van het bij vooruit betalen voor de zorg. Voorts omvat de zorgplicht in deze gevallen ook dat verweerder vervolgens de verantwoording van deze zorg zorgvuldiger controleert dan nu is gebeurd. Dit had verweerder bij de belangenafweging moeten betrekken, hetgeen niet is gedaan. Gelet op het vorenstaande is het bestreden besluit in strijd met het bepaalde in artikel 3:4 van de Awb genomen en dient dit besluit vernietigd te worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
