ECLI:NL:RBMNE:2015:1853
Rechtbank Midden-Nederland · 25-03-2015 · zaaknummer C-16-372151 - HA ZA 14-506
Inhoudsindicatie
De schuldenaar worden toegerekend zodat zij op grond van art. 6:119b lid 7 BW ook na openbaarmaking door de bank van haar pandrecht geen wettelijke handelsrente verschuldigd is. De schuldenaar heeft vervolgens bevoegdelijk haar betalingsverplichting jegens de schuldeiser opgeschort, die daardoor in verzuim is geraakt (art. 6:59 BW), met als gevolg dat de schuldenaar ook op grond van art. 6:119b lid 6 BW geen wettelijke handelsrente verschuldigd was. De schuldeiser gaat hierna failliet. De curator en de bank verschillen in verband met het verpandingsverbod langdurig van mening over het vorderingsrecht van de bank. Nadat de curator aan de schuldenaar had meegedeeld dat zij aan de bank mocht betalen is aan haar opschortingsrecht (op grond van art. 6:37 BW) een einde gekomen. Pas vanaf die datum is zij wettelijke handelsrente verschuldigd geworden. Een eerder door de bank aan de schuldenaar gedaan verzoek tot betaling met aanbod tot vrijwaring brengt niet mee dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de schuldenaar haar betalingsverplichting is blijven opschorten.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
