ECLI:NL:RBMNE:2015:1560
Rechtbank Midden-Nederland · 09-03-2015 · zaaknummer AWB - 14 _ 696
Inhoudsindicatie
Eisers uitkering op grond van de WWB is ingetrokken over de periode van 2 juli 2011 tot en met oktober 2013 wegens schending van de inlichtingenplicht. Als gevolg daarvan wordt een bedrag van € 40.995,98 aan betaalde bijstand over deze periode teruggevorderd. Ook heeft verweerder een boete opgelegd van € 35.550,00. De rechtbank is van oordeel dat eisers de op hen rustende inlichtingenplicht hebben geschonden door meerdere verblijven in het buitenland niet te melden. Daarnaast hebben eisers de inlichtingenplicht geschonden door niet te melden dat eiser voor een stichting op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht. Nu eiser geen volledig inzicht heeft gegeven in de precieze aard en omvang van zijn werkzaamheden voor deze stichting en eiser al sinds 2009 voor de stichting werkzaam is, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers over de periode in geding de inlichtingenplicht hebben geschonden en dat als gevolg daarvan het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Eisers hebben geen dringende redenen aangevoerd op grond waarvan verweerder had moeten af zien van terugvordering. Over de boete overweegt de rechtbank dat de gedraging die eisers wordt verweten een voortdurende overtreding betreft. Op grond van het overgangsrecht van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving zou het nieuwe recht van toepassing zijn, maar overeenkomstig de uitspraak van de CRvB van 24 november 2014 wordt dit buiten toepassing gelaten. Nu in het bestreden besluit ten aanzien van de boete over de gehele periode in geding het vanaf 1 januari 2013 geldende recht is toegepast, kan het bestreden besluit wat de boete betreft daarom geen stand houden en moet het in zoverre worden vernietigd. Gelet op artikel 8:72a van de Awb zal de rechtbank zelf over het opleggen van de boete beslissen. Hierbij onderscheidt de rechtbank twee periodes, de periode van 2 juli 2011 tot en met 31 december 2012 en van 1 januari 2013 tot en met 30 oktober 2013. Over de eerste periode volstaat de rechtbank met een kale vernietiging. Daarvoor is van belang dat er geen verplichting bestaat voor verweerder om over die periode een maatregel op te leggen en het niet bekend is of verweerder alsnog een maatregel op zou willen leggen en het opleggen van een maatregel een voor eisers belastend besluit zou zijn. De rechtbank herroept het primaire besluit voor zover het ziet op de boeteoplegging voor schending van de inlichtingenplicht in de periode van 2 juli 2011 tot en met 31 december 2012. Over de tweede periode oordeelt de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de MK van de rechtbank Midden-Nederland van 26 augustus 2014, dat het Boetebesluit socialezekerheidswetten niet van toepassing is over de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 oktober 2013. Omdat in deze periode de WWB zoals gewijzigd met de Wet aanscherping wel, maar het Boetebesluit niet van toepassing is en dus de hoogte van de bestuurlijke boete wel bij wettelijk voorschrift is gemaximeerd, maar niet is vastgesteld op een gefixeerd bedrag, wordt het kader voor de toets aan het evenredigheidsbeginsel gevormd door artikel 5:46, tweede lid, van de Awb. De rechtbank moet een evenredigheidsbeoordeling maken waarbij de aard en de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de omstandigheden ten tijde van de boeteoplegging met name relevant zijn. In de omstandigheden die namens eisers naar voren zijn gebracht, in onderlinge samenhang bezien, ziet de rechtbank aanleiding om de bestuurlijke boete lager vast te stellen dan het bedrag dat verweerder blijkens de stukken voor deze periode aan boete had vastgesteld. De rechtbank stelt de boete voor deze periode vast op € 3.000,-
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
