ECLI:NL:RBMNE:2014:6570
Rechtbank Midden-Nederland · 25-11-2014 · zaaknummer AWB - 14 _ 2564
Inhoudsindicatie
Artikel 17, tweede lid, van de Wwb is gewijzigd per 1 juli 2013. De rechtbank leidt uit de wetsgeschiedenis af dat de wetgever met de wijziging heeft beoogd een verduidelijking te geven van de medewerkingsplicht en dat het niet meewerken aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met het aanbieden van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling of het niet meewerken aan een onderzoek naar de voortgang van een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, onder de medewerkingsplicht van artikel 17, tweede lid, van de Wwb valt en dus ook valt onder de reikwijdte van artikel 54, eerste lid, van de Wwb. Verder leidt de rechtbank uit de wetsgeschiedenis af dat de wetgever heeft beoogd dat artikel 54, eerste lid en vierde lid, van de Wwb in een situatie waar sprake is van niet meewerken in het kader van de arbeidsverplichting alleen kan worden toegepast indien als gevolg van het niet meewerken (de omvang van) het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Op grond van de inhoud van de brief van 4 december 2013, waarbij eiseres is uitgenodigd voor het gesprek met WorkFast op 11 december 2013, stelt de rechtbank vast dat de aard van dat gesprek een onderzoek naar de voortgang van een aangeboden voorziening inhoudt, nu in die brief is geschreven dat het gesprek onder andere zal gaan over de kansen van eiseres op de arbeidsmarkt, de reden van haar melding Wwb en haar deelname aan het traject WorkFast. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat, anders dan eiseres betoogt, het meewerken aan het gesprek met WorkFast op 11 december 2013 valt onder de medewerkingsplicht en dus ook valt onder de reikwijdte van artikel 54, eerste lid, van de Wwb. De stelling van eiseres dat uit het Rapport Re-integratie Beëindiging van 18 december 2013 blijkt dat het gesprek van 18 december 2013 een voornemen tot het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Wwb zou betreffen, geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Eiseres kan aan dat rapport immers geen rechten ontlenen, nu het een intern document betreft dat geen toezegging aan eiseres bevat. Verweerder heeft zich vanwege het niet verschijnen van eiseres op de afspraken dan ook op het standpunt mogen stellen dat het recht op bijstand niet is vast te stellen. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank de stelling van eiseres niet dat verweerder in dit geval, waarbij eiseres de verplichting tot medewerking aan re-integratieactiviteiten niet is nagekomen, slechts tot afstemming van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, van de Wwb had kunnen besluiten en niet met toepassing van artikel 54, eerste en vierde lid, van de Wwb tot opschorting of intrekking van het recht op bijstand had kunnen overgaan. Verweerder was derhalve bevoegd tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, eerste en vierde lid, van de Wwb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
