ECLI:NL:RBMNE:2014:5655
Rechtbank Midden-Nederland · 10-11-2014 · zaaknummer UTR 14-2870
Inhoudsindicatie
Wet schadefonds geweldsmisdrijven, uitkering, letsel als gevolg van opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, oordeel strafrechter Artikel 3, eerste lid, onder a, Wsg Samenvatting: Eiser is op 1 januari 2010 door de eigenaar van een hond mishandeld doordat eiser in het gezicht werd geslagen met een hondenriem. Op diezelfde dag is eiser gebeten door die hond. Bij vonnis van de politierechter van 13 mei 2011 is de eigenaar van de hond vrijgesproken van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door zijn hond op eiser af te sturen. Tussen partijen is in geschil het letsel dat eiser opliep als gevolg van de hondenbeet en niet het letsel dat eiser heeft opgelopen als gevolg van de hondenriem. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de aard van het voorval en de daarbij betrokken juridische vragen, op basis van de drie door eiser overgelegde getuigenverklaringen afgelegd bij de civiele rechter in november 2012 geen aanleiding heeft hoeven zien om tegen het oordeel van de strafrechter in te gaan. De rechtbank overweegt dat nu niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf dat het letsel heeft veroorzaakt, verweerder niet toekomt aan de beoordeling van het letsel, omdat artikel 3, eerste lid, onder e, van de Wsg cumulatieve eisen zijn. De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de informatie neergelegd in de telefoonnotitie van 24 september 2013 is verkregen van de politie na de hoorzitting op 13 september 2013. Verweerder had eiser op grond van artikel 7:9 van de Awb in de gelegenheid moeten stellen op deze informatie te reageren. Het beroep is derhalve gegrond wegens strijd met dit artikel. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten, omdat eiser in het beroepschrift en ter zitting van de rechtbank in de gelegenheid is geweest om op de informatie neergelegd in de telefoonnotitie van 24 september 2013 te reageren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
