ECLI:NL:RBMNE:2014:4396
Rechtbank Midden-Nederland · 23-09-2014 · zaaknummer 373206 / HA RK 14-153
Inhoudsindicatie
Wraking. Naar de wrakingskamer begrijpt is de meervoudige kamer tot haar beslissing om het inbrengen van de stukken niet toe te staan gekomen op grond van het verloop van de procedure en strijd met de goede procesorde. Het verzoek om de behandeling van de zaak niet aan te houden, is zonder kenbare motivering afgewezen, zo blijkt uit het proces-verbaal van de zitting van 14 juli 2014. De wrakingskamer maakt hieruit op dat de beslissingen voornamelijk zijn genomen op processuele gronden. Zonder te treden in de juistheid van de gewraakte beslissingen is de wrakingskamer van oordeel dat vooral de beslissing om een beperkte hoeveelheid materiaal, dat mogelijk ontlastend voor verdachte kon zijn, buiten het geding te houden, zonder een andere motivering dan ingegeven door processuele gronden, zozeer onbegrijpelijk is dat de bij verzoeker bestaande vrees dat dit oordeel van de rechtbank slechts kan voortvloeien uit een vooringenomenheid jegens hem, ook naar objectieve maatstaven gerechtvaardigd is. Het slechts op processuele gronden afwijzen van een verzoek tot het indienen van stukken die voor de beoordeling van de zaak inhoudelijk van belang kunnen zijn, zonder - kenbaar - rekening te houden met de noodzaak van het verzoek of de schade die de verdachte in zijn verdediging hierdoor zou kunnen oplopen, levert immers strijd op met een van de belangrijkste pijlers van het strafprocesrecht, de waarheidsvinding. Het zeer late moment waarop verzoeker de stukken in heeft willen brengen en zijn proceshouding tot op dat moment maken dit naar het oordeel van de wrakingskamer niet anders. Hierbij overweegt de wrakingskamer dat er voor de rechtbank andere mogelijkheden voorhanden waren om het beginsel van “fair trial” en de belangen van de andere partijen in de procedure niet te schaden, zoals bijvoorbeeld toepassing van artikel 311, lid 5 van het Wetboek van Strafvordering biedt. Gelet op het voorgaande moet naar het oordeel van de wrakingskamer worden geoordeeld dat de vrees van verzoeker dat er sprake is van vooringenomenheid bij de gewraakte rechters jegens hem objectief gerechtvaardigd is. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- V.T.R.W. van Thiel
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
