ECLI:NL:RBMNE:2014:1796
Rechtbank Midden-Nederland · 15-04-2014 · zaaknummer AWB-13_948
Inhoudsindicatie
Wetsartikelen: Wob: 3,6, 10; Awb: 4:13, 4:17, 6:12, 6:20 Wet openbaarheid van bestuur, niet tijdig, dwangsom, bestaande documenten, persoonlijkelevenssfeer behandelend ambtenaar Verzoek om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Ook een beroep wegens het niet tijdig nemen van een beslissing. Eiser heeft in het verzoek voldoende specifiek verzocht om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid, een aan eiser opgelegde beschikking van het CJIB. Niet een document als zodanig, maar de aangelegenheid die de verzoeker op het oog heeft gehad, bepaalt de bestuurlijke relevantie. De door verweerder aangevoerde omstandigheid dat de door eiser verzochte informatie niet is vastgelegd in een concreet document, betekent dus op zichzelf niet dat het onderliggende verzoek van eiser niet kan worden aangemerkt als een Wob-verzoek. Eisers gemachtigde heeft in zijn brief waarin wordt aangedrongen op voortvarende besluitvorming door verweerder, melding gemaakt een eerdere brief en daarbij verwezen naar zijn eigen kenmerk van die brief en naar een verzoek dat is gedaan namens eiser, zonder nadere duiding van (de strekking van) dat verzoek. Een referentie aan enig kenmerk dat door verweerder wordt gehanteerd, ontbreekt. Naar het oordeel van de rechtbank had van eisers gemachtigde verwacht mogen worden dat hij ook het CJIB-nummer zou vermelden in zijn brief, desnoods handgeschreven. Verweerder heeft gemotiveerd toegelicht waarom de vermelding van het CJIB-nummer noodzakelijk is om adequaat te kunnen reageren op correspondentie. In de brieven en de ingebrekestelling is onvoldoende duidelijk gemaakt op welk te nemen besluit de brief betrekking heeft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob de openbaarmaking van deze gegevens heeft kunnen weigeren. Waar het gaat om beroepshalve functioneren van ambtenaren kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Ten aanzien van zodanige functioneren kan in beginsel geen beroep worden gedaan op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Dit ligt anders indien het betreft het openbaar maken van namen van ambtenaren. Namen zijn immers persoonsgegevens en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan zich tegen het openbaar maken daarvan verzetten. Voorts is van belang dat het hier niet gaat om het opgeven van namen aan een individuele burger die met ambtenaren in contact treedt, maar om openbaarmaking van de namen in de zin van de Wob. Beroep voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk; beroep voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit ongegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
