ECLI:NL:RBMID:2011:BU6593
Rechtbank Middelburg · 05-10-2011 · zaaknummer 76926 / HA ZA 11-28
Inhoudsindicatie
Erfgenamen van de vrouw die door haar echtgenoot van het leven is beroofd, vorderen een verklaring voor recht dat deze echtgenoot geen aanspraak toekomt op haar nalatenschap. De echtgenoot heeft, terwijl hij in de penitentiaire inrichting zat in afwachting van het strafproces tegen hem, zelfmoord gepleegd. De ergenamen van de omgebrachte vrouw stellen dat toepassing van de wettelijke erfopvolging een onaanvaardbaar resultaat oplevert, nu die tot gevolg zou hebben dat de echtgenoot door eerst zijn vrouw en daarna zichzelf van het leven te beroven, kan bewerkstelligen dat haar vermogen toekomt aan zijn erfgenamen. De rechtbank is van oordeel dat zich in casu een situatie voordoet waarbij de vererving door een erfgenaam zo stuitend is dat het onaanvaardbaar is voor het rechtsgevoel om hem als erfgenaam toe te laten. Ook in het licht van het algemene rechtsbeginsel dat men geen voordeel behoort te hebben van de opzettelijk veroorzaakte dood van een ander, zou het uitoefenen van zijn rechten als erfgenaam bij versterf door de echtgenoot onder de omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een onaanvaardbaar resultaat oplveren.
Rechters
Advocaten
- J.C.M. Berbée-van Koningsbruggen
- P.H. Ruys
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
