ECLI:NL:RBMID:2007:BA5053
Rechtbank Middelburg · 08-03-2007 · zaaknummer 56172 KG ZA 07-19
Inhoudsindicatie
...Het aan WTG overgedragen pandrecht kan niet meer omvatten dan het recht dat de bank op het moment van de overdracht had. Het pandrecht was verbonden aan de kredietovereenkomst welke overeenkomst ruim voor de overname van de vordering door WTG, werd beëindigd. Het is onduidelijk of de bank na ontbinding van de kredietovereenkomst nog recht had op in pandgeving van vorderingen op debiteuren die na de ontbinding van de kredietovereenkomst zouden ontstaan. De overeenkomst tussen de bank en Timpa geeft daarover geen uitsluitsel. In beginsel heeft ontbinding van de kredietovereenkomst ook tot gevolg dat de met de kredietovereenkomst samenhangende verplichting toekomstige vorderingen in pand te geven, werd beëindigd. Daarnaast is tussen de bank, Timpa en WTG op 15 juni 2006 een zogenaamde “rekeningovernameverklaring” gesloten waarin onder meer is bepaald dat Timpa aansprakelijk bleef voor alle vorderingen die de bank op haar mocht hebben inclusief “gestelde garanties” en dergelijke. Voorshands bestaat dus gerede twijfel of de verplichting tot in pandgeving van nieuwe vorderingen tot de nevenrechten behoren die mee over zijn gegaan naar WTG. Onder die omstandigheden kan in kort geding niet tot toewijzing van de vorderingen worden overgegaan...
Rechters
Advocaten
- B. van Leeuwen
- J. Wind
- S.Y. Westrik
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
