ECLI:NL:RBMID:2007:BA3665
Rechtbank Middelburg · 16-03-2007 · zaaknummer 56626 KG ZA 07-31
Inhoudsindicatie
...Voor toewijzing van een geldvordering als de onderhavige is slechts plaats als het bestaan van de vordering van de dochter op de vader voldoende aannemelijk is, in die zin dat het in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk is dat de vordering wordt toegewezen. Daartoe dient enerzijds de behoefte van de dochter en anderzijds de draagkracht van de vader te worden beoordeeld. Nu zulks door de vader niet is betwist staat de behoefte van de dochter aan een hogere dan de thans door de vader betaalde bijdrage vooralsnog wel vast. Voorshands is echter niet op eenvoudige wijze vast te stellen dat de vader voldoende draagkracht heeft om een hogere bijdrage aan de dochter te voldoen, zodat daartoe nader onderzoek plaats dient te vinden. Daarvoor is echter in het kader van een kort gedingprocedure geen plaats. Nu vooralsnog niet hoogstwaarschijnlijk is dat de vordering van de dochter in een bodemprocedure wordt toegewezen, dient haar vordering in de onderhavige procedure te worden afgewezen...
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
