ECLI:NL:RBMID:2002:AE2480
Rechtbank Middelburg · 07-05-2002 · zaaknummer 01/726
Inhoudsindicatie
Voorwaarde dat eerst terugkeer in zijn functie van kapitein mogelijk is indien de ZCAD een positief advies over hem heeft uitgebracht, gaat i.c te ver gelet op de thans bekende feiten en omstandigheden. Verweerder heeft eiser de disciplinaire straf van benoeming in de lagere functie van stuurman opgelegd wegens plichtsverzuim. Na zes maanden wil verweerder bezien of eiser herplaatst kan worden in de functie van kapitein, waarbij hij zich wil laten adviseren door het Zeeuws Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (ZCAD). De rechtbank overweegt dat verweerder eisers gedrag terecht heeft gekwalificeerd als plichtsverzuim. Verweerder was derhalve bevoegd om eiser disciplinair te straffen. Ten aanzien van de voorwaarde die verweerder stelt bij de terugkeer van eiser in zijn functie van kapitein, overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder stelt dat de benoeming in de lagere functie van stuurman wordt beëindigd indien het ZCAD een positief advies over eiser heeft uitgebracht. Verweerder baseert deze voorwaarde op het vermoeden dat eiser vaker tijdens werktijd onder invloed van alcohol verkeert. Verweerder stelt daartoe dat er verhalen hieromtrent de ronde doen en dat eiser een bijnaam heeft die op alcoholgebruik duidt. Erkend zij dat, gezien de functie van eiser, strikte handhaving van verweerders beleid inzake het gebruik van alcohol jegens eiser geboden is. Geruchten en vermoedens kunnen echter niet zonder meer leiden tot een situatie waarin de ambtenaar een aanzienlijk bezwarende verplichting als contact met het ZCAD wordt opgelegd, ook niet bij wijze van voorwaarde. Het is aan verweerder om via nader onderzoek eerst concrete feiten en omstandigheden vast te stellen en vervolgens te bezien welke maatregelen geïndiceerd zijn. De rechtbank merkt hierbij op dat verweerder minder vergaande mogelijkheden ter beschikking staan dan het opleggen van contact met het ZCAD. Zo kan verweerder, ingevolge de CAO Provincies, bij gegronde redenen om te twijfelen aan de volledige geschiktheid van eiser voor het verrichten van zijn arbeid, eiser verplichten een arbeidsgezondheidskundig onderzoek bij de arbo-dienst te ondergaan. De rechtbank volgt eisers gemachtigde niet in zijn stelling dat een voorwaarde alleen kan worden verbonden aan een straf die niet ten uitvoer wordt gelegd. In het algemeen geldt dat iemand die tot het meerdere bevoegd is, ook bevoegd is tot het mindere. Nu verweerder iemand voor onbepaalde tijd in een andere functie kan benoemen, kan verweerder dit ook voor een periode van zes maanden onder het stellen van een voorwaarde. Beroep gegrond. College van Gedeputeerde Staten van Zeeland, verweerder. mr. G.J.A. van Unnik CAO Provincies G.4.1.d Scheepvaartverkeerswet 27.2.a Wegenverkeerswet 1994 8.2.a
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
