ECLI:NL:RBMID:2001:AB1227
Rechtbank Middelburg · 13-03-2001 · zaaknummer Awb 00/446
Inhoudsindicatie
Stukken die vlak voor de hoorzitting zijn overgelegd zijn terecht buiten beschouwing gelaten, gelet op procesbelang van verweerder. Bezwaar tegen afwijzing van het verzoek om opheffen van de last onder dwangsom ongegrond verklaard. Het geschil beperkt zich tot de weigering van verweerder om bij zijn besluitvorming rekening te houden met de stukken die eisers gemachtigde op de dag van de hoorzitting in de bezwaarprocedure per fax naar verweerder heeft gestuurd, waarbij het met name gaat om de verzetdagvaarding van 5 april 2000. Blijkens de toelichting op het eerste en tweede lid van art. 7:4 Awb verlangt een deugdelijke voorbereiding van de hoorzitting dat belanghebbenden nog voordien schriftelijke stukken kunnen indienen en dat alle stukken die op de zaak betrekking hebben voor die zitting ter inzage worden gelegd. Aan het bestuursorgaan wordt overgelaten wat een goede procesorde vereist. Gezien de datum van de verzetdagvaarding was er geen aanleiding om de termijn van tien dagen niet in acht te nemen. In de begeleidende faxbrief van 20 april 2000 heeft de gemachtigde van eiser niets vermeld wat als verontschuldiging zou kunnen dienen voor het niet in acht nemen van die termijn en heeft hij nagelaten verweerder te verzoeken de verzetdagvaarding als pleitnota voor de hoorzitting te beschouwen. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet vanzelfsprekend dat de verzetdagvaarding als pleitnota moest worden opgevat. Hoewel er verband bestaat tussen de invordering van de dwangsommen en het verzoek om opheffing van de last onder dwangsom, kan niet gesteld worden dat de argumenten die in de ene procedure naar voren worden gebracht zonder meer van toepassing zijn in de andere procedure. Dat vraagt om nadere bestudering. Daarom zou het procesbelang van verweerder zijn geschaad, indien de Commissie bezwaar- en beroepschriften Borsele tijdens de hoorzitting van 20 april 2000 acht had geslagen op de verzetdagvaarding. Niet gezegd kan worden dat verweerder niet in redelijkheid kon besluiten het advies van genoemde Commissie over te nemen en de in geding zijnde verzetdagvaarding buiten beschouwing te laten. Ongegrond beroep. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele, verweerder. mr. G.J.A. van Unnik
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borsele
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Borsele
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
