Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW8501

Rechtbank Maastricht · 06-06-2012 · zaaknummer 474841 CV EXPL 12-2138

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het ontbindingsverzoek is afgewezen in verband met het ontbreken van een dringende reden/veranderingen in de omstandigheden. Er is een reeks van onzorgvuldigheden en opmerkelijkheden die twijfel doet rijzen omtrent de feitelijke gebeurtenissen zoals deze zich op 15 en 16 maart 2012 hebben voorgedaan en omtrent de beslissing van Univar om in een of meer gedragingen van [verweerder] een dringende reden tot opzegging en/of ontbinding van de arbeidsovereenkomst te willen zien. Als deze feiten zich al in precies de vorm, ernst en onderlinge verhouding als Univar ze percipieert, zouden hebben voorgedaan, is het bovendien nog maar de vraag of deze een ontbinding rechtvaardigen. Het enkel duwen en trekken aan een collega lijkt op het eerste oog een vergrijp dat een zodanig zwaarwegende maatregel niet rechtvaardigt. Dit zou wellicht anders zijn als het (geformaliseerde) beleid van de onderneming zo compleet en duidelijk is omtrent haar gedragsregels en de consequenties van overtreding hiervan, dat iedere werknemer de gevolgen van een bepaalde verboden of onwenselijk verklaarde handelwijze kan voorzien. Univar heeft zich weliswaar op het standpunt gesteld dat zij een zero-tolerancebeleid hanteert, maar gesteld noch gebleken is welke normen zij in haar “Code of Conduct” ten aanzien van “fysiek gedrag” hanteert en welke consequenties aan overtreding daarvan verbonden zijn. Hetzelfde heeft te gelden voor de eventualiteit dat Univar gelijk heeft waar zij stelt dat [verweerder] over het gebeurde niet de (volle) waarheid verteld heeft. Als daarvan sprake is, is dit voor een manager weinig fraai en geen voorbeeld voor anderen in de onderneming, maar in het licht van hetgeen overigens ten aanzien van de begeleidende omstandigheden aannemelijk geworden is een “minor fault”, doch geen dringende reden. Nu aan de subsidiaire grondslag, veranderingen in de omstandigheden, hetzelfde feitencomplex ten grondslag gelegd is, kan hierop evenmin ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgen. De door Univar gestelde feiten zijn immers niet komen vast te staan. Voor het overige is onvoldoende gesteld ten aanzien van de beweerde vertrouwensbreuk tussen Univar en [verweerder]. De enige aanleiding is gelegen in het hiervoor uitvoerig beschreven incident en in de stelling dat [verweerder] hierover “gelogen” heeft. Door Univar is immers ter zitting herhaaldelijk bevestigd dat [verweerder] prima heeft gefunctioneerd als manager van Univar. Gelijktijdig is - onder verwijzing naar de overwegingen in de ontbindingsbeschikking - de vordering in kort geding tot doorbetaling van loon en wedertewerstelling toegewezen." Zie ook LJN BW8499

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.