ECLI:NL:RBMAA:2011:BU7269
Rechtbank Maastricht · 29-11-2011 · zaaknummer 159953 / FA RK 11-358
Inhoudsindicatie
De rechtbank verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot vaststelling hoofdverblijf voor zover het de terugwerkende kracht betreft. Zij overweegt daartoe dat een verschil van mening van partijen over bij wie het kind het hoofdverblijf dient te krijgen een geschil over de (wijze van uitoefening) van het gezamenlijk ouderlijk gezag betreft. Voor dergelijke geschillen heeft de wetgever artikel 1:253a BW in het leven geroepen als een betrekkelijk laagdrempelige rechtsingang voor ouders die tegen actuele problemen in het kader van de gezamenlijke uitoefening van het gezag aanlopen. De vaststelling van het hoofdverblijf met een terugwerkende kracht van meer dan een jaar is in strijd met de aard van de geschillenregeling ex artikel 1:253a BW en het doel waarvoor deze in het leven is geroepen. Het desbetreffende artikel kan dan ook niet aan de basis liggen voor toewijzing van het verzoek voor zover het de terugwerkende kracht betreft. Gelet hierop, en nu de man evenmin heeft onderbouwd welke wettelijke grond ten grondslag zou kunnen liggen aan de terugwerkende kracht van dit verzoek, is de rechtbank van oordeel dat deze grondslag ontbreekt.
Rechters
Advocaten
- J.J.M.H. Stevens
- R.W.E.J. Luijten
Partijen
[verweerster]
verweerster · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
