ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5196
Rechtbank Maastricht · 26-01-2011 · zaaknummer 368817 CV EXPL 10-975
Inhoudsindicatie
In de Wet op de Jeugdzorg is een speciale regeling neergelegd voor wat betreft kosten die gemoeid zijn met verzorging en opvoeding van een minderjarige die op last van de Kinderrechter in een behandelcentrum geplaatst is. Inning van een vordering dienaangaande kan slechts geschieden via een door het LBIO uit te vaardigen dwangbevel. De vordering van eiseres heeft echter géén betrekking op de kosten van verzorging en opvoeding, maar op persoonsgebonden uitgaven zoals zakgeld, reisgeld en schoolbenodigdheden. Partijen hebben dienaangaande ook een overeenkomst gesloten. Een beroep van gedaagde op rechtsverwerking wordt verworpen, omdat daarvan slechts sprake kan zijn indien de schuldeiser zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
