ECLI:NL:RBMAA:2011:BP3030
Rechtbank Maastricht · 02-02-2011 · zaaknummer 03-703737-09
Inhoudsindicatie
Inhoudsindicatie: Verdachte heeft bij zijn eerste verhoor bij de politie aangegeven dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, maar dat hij wel beschikt over een e-mailadres waarvan hij regelmatig de ingekomen post bekijkt. De dagvaarding is respectievelijk de oproepingen voor de nadere terechtzitting zijn betekend ter griffie. Op geen van de gehouden zittingen is verdachte verschenen. De rechtbank merkt het e-mail adres van verdachte aan als het adres waaraan op grond van art. 588a lid 1 Sv een afschrift van de dagvaarding of oproeping van verdachte om op de terechtzitting of nadere terechtzitting te verschijnen, had moeten worden toegezonden. De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte omdat het openbaar ministerie, ook na herhaalde opdracht van de rechtbank, heeft geweigerd om verdachte per e-mail op de hoogte te brengen van de inhoud van de tenlastelegging, de rechten van verdachte en van de dag, het tijdstip en de plaats van de (nadere) terechtzitting
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
