ECLI:NL:RBMAA:2004:AR8141
Rechtbank Maastricht · 23-12-2004 · zaaknummer 03-008082-04
Inhoudsindicatie
Voorzover het tenlastegelegde een feit betreft dat buiten Nederland, te weten in België en/of in Duitsland, is gepleegd, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk. Ten aanzien van de handel in verdovende middelen buiten Nederland, ontbreekt het de Nederlandse rechter immers aan rechtsmacht, mede gelet op het bepaalde in artikel 13, derde lid, van de Opiumwet. Dit is niet anders wanneer er door medeplegen meerdere pleegplaatsen voor het delict zijn aan te wijzen. Gelet op passages uit het proces-verbaal van het verhoor van getuige [C.] en gezien de Tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken, is de rechtbank van oordeel dat de aangehaalde mededeling van de Nederlandse opsporingsambtenaren aan getuige [C.] niet een toezegging is in de zin van de Tijdelijke aanwijzing. De uitlatingen van deze opsporingsambtenaren zijn immers geen toezeggingen in de zin van deze aanwijzing, nu zij niet bevoegd zijn tot het doen van dergelijke toezeggingen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
