ECLI:NL:RBMAA:2004:AR1982
Rechtbank Maastricht · 01-09-2004 · zaaknummer 78481 / HA ZA 02-927
Inhoudsindicatie
Art. 3:55 lid 1 BW. Nu de vrouw dit aanvullende convenant heeft gesloten, en heeft nagelaten haar gestelde aanspraken op haar aandeel in het vermogen verder hard te maken, kan dit nalaten onder de omstandigheden van dit geval in relatie met de strekking van HR 9 maart 1934, NJ 1935,32 (betreffende de bevestiging van een vernietigbare rechtshandeling) en het arrest van het Hof Amsterdam van 9 november 1995, NJ 1997,709 (ter zake het afstand doen van het recht om vernietiging te vorderen) naar het oordeel van de rechtbank niet tot iets anders leiden dan tot afwijzing van de door de vrouw ingestelde vorderingen. De vordering inzake de in de BV van de man ondergebrachte pensioenvoorziening moet worden afgewezen, nu die rechtens conform het bepaalde in de WVP moeten worden verevend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
