Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7473

Rechtbank Maastricht · 16-04-2003 · zaaknummer AWB 02/1308 WET I

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In beleid is niet terug te vinden de eis dat aanvrager gedurende het gehele jaar voorafgaande aan de aanvraag tot verlenging lid diende te zijn van een schietvereniging. Afwijzing verzoek verlengen verlof tot het voorhanden mogen hebben van een (vuur)wapen categorie III. Het door verweerder gevoerde restrictieve beleid, zoals neergelegd in de Circulaire is niet onredelijk. Eiser voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een bestaand verlof. Uit art. 6.3.a van de Circulaire blijkt dat bij een eerste aanvraag voor verlof, bovendien de voorwaarde geldt dat de aanvrager tenminste één jaar lid is van een schietvereniging. Verweerder stelt dat eiser niet alleen op het moment van aanvraag van de verlenging lid diende te zijn van een schietvereniging maar dat eiser ook gedurende het gehele jaar voorafgaande aan de aanvraag tot verlenging lid diende te zijn van een schietvereniging. De rechtbank is van oordeel dat deze eis niet is terug te vinden in het door verweerder gevoerde beleid. Hoewel het in de praktijk wellicht veelal zo zal zijn dat men gedurende het gehele jaar lid is van een erkende schietvereniging in Nederland omdat men anders het aantal te behalen schietbeurten niet haalt, doet zich bij eiser echter de bijzondere situatie voor dat door de korpschef aan eiser is toegezegd dat de in het buitenland verrichtte schietbeurten gelden als geldige schietbeurten en dat eiser zijn discipline van de schietsport ook nauwelijks in Nederland kan uitvoeren en derhalve veel in het buitenland verblijft om te schieten. Verweerder heeft voor deze bijzondere situatie geen aangepast beleid op schrift gesteld, waardoor ook voor eiser de bepalingen gelden zoals die hierboven zijn aangegeven. Verweerder heeft bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag een onjuiste toepassing gegeven aan zijn beleid. Gegrond beroep. De Minister van Justitie - Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties, Directie Bestuurszaken - te ’s-Gravenhage, verweerder. mrs. I.T. Dautzenberg, T.E.A. Willemsen, J.N.F. Sleddens Wet Wapens en Munitie 28.2, 28.4, 38.2 Circulaire wapens en munitie 4.2, 6.1, 6.3

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.