ECLI:NL:RBMAA:2002:AF1878
Rechtbank Maastricht · 25-09-2002 · zaaknummer AWB 02/1349 WRO VV en AWB 02 / 1350 WRO VV
Inhoudsindicatie
Geen vrijstelling mogelijk o.g.v. art. 20.1.a sub 3 BRO omdat het aansluitende terrein voor de bouwwerkzaamheden reeds voor meer dan de helft was bebouwd. Vergunning en vrijstelling ex art. 19.3 WRO jo art. 20.1.a sub 3 en 20.1.e BRO voor het verbouwen en uitbreiden van een bestaand pand. Op de benedenverdieping van vorenbedoeld pand zal een restaurant worden geëxploiteerd en op de eerste en de tweede verdieping van dat pand worden tien onzelfstandige wooneenheden ten behoeve van studenten gerealiseerd. Met de, in art. 20.1.a sub 3 onder a BRO gebezigde, term “het aansluitende terrein” wordt, blijkens de Nota van Toelichting bij de wijzigingen in het BRO van 15 oktober 1999, bedoeld: het terrein dat op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt.(…) Gelet op het vorenstaande, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat alleen het gedeelte van het perceel waarop de bestemming “Bebouwingsklasse M1” rust o.g.v. het bestemmingsplan “Nazareth” voor bebouwing in aanmerking komt. Dat deel dient dan ook te worden aangemerkt als “het aansluitende terrein” als bedoeld in art. 20.1.a sub 3 onder a BRO. Uit de tekening maakt de voorzieningenrechter voorshands op dat “het aansluitende terrein” in de, vóór de bouwwerkzaamheden, bestaande toestand van het pand reeds voor méér dan de helft was bebouwd. Aan de voorwaarde als genoemd in art. 20.1.a sub 3 onder a BRO kan dan ook nimmer voldaan worden. Reeds op deze grond is het niet mogelijk om op grond van art. 19.3 WRO jo art. 20.1.a sub 3 BRO t.b.v. het onderhavige bouwplan vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan. Het besluit waarbij die vrijstelling wel is verleend zal in een eventuele hoofdzaak dan ook niet kunnen worden gehandhaafd. Hierin ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om dat besluit te schorsen. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat het bouwplan van vergunninghoudster niet langer in overeenstemming is met het bestemmingsplan. In dat geval moet de gevraagde bouwvergunning, ingevolge art. 44.c Woningwet, worden geweigerd. Het besluit waarbij die vergunning is verleend zal in een eventuele hoofdzaak dan ook evenmin kunnen worden gehandhaafd. Hierin ziet de voorzieningenrechter grond om ook dat besluit te schorsen.
Rechters
Advocaten
- A.A. van den Brand
- J. Stoop
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
