ECLI:NL:RBMAA:2002:AD8327
Rechtbank Maastricht · 07-01-2002 · zaaknummer AWB 00/1415 BESLU I
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek tot het houden van een referendum is geen voorbereidingsbesluit als bedoeld in art. 6:3 Awb. Afwijzing verzoek van eiser tot het houden van een (raadplegend) referendum aangaande coffeeshops in Kerkrade. Eisers bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard omdat de afwijzing een voorbereidingshandeling betreft in de zin van art. 6:3 Awb. Het houden van een referendum wordt door verweerder beschouwd als een fase in de besluitvorming c.q. als een voorbereidingshandeling. Op basis van de vermelde bepalingen uit en de toelichting op de 'Verordening op het referendum Gemeente Kerkrade 1997' is de rechtbank van oordeel, dat de toewijzing van een (definitief) verzoek om een referendum aangemerkt kan worden als een besluit in de zin van art. 1:3 Awb. Verweerder is daar bij de toepassing van art. 6:3 Awb terecht vanuit gegaan. De vraag of het hier in het licht van art. 6:3 Awb gaat om een besluit dat, omdat het ter voorbereiding van een ander besluit wordt genomen, niet zelfstandig vatbaar is voor bezwaar en beroep, beantwoordt de rechtbank in tegenstelling tot verweerder evenwel ontkennend. Uit de tekst van art. 6:3 Awb en de parlementaire stukken inzake de totstandkoming van dit artikel leidt de rechtbank af, dat art. 6:3 Awb met name toepassing heeft (en daarmee het besluit ter voorbereiding van een ander besluit niet zelfstandig vatbaar is voor bezwaar en beroep), indien er een vervolgbesluit zal worden genomen waartegen bezwaar en beroep openstaat en waarbij het voorbereidingsbesluit alsnog kan worden beoordeeld. In het onderhavige geval is er evenwel sprake van een weigering de aanvraag voor het houden van een referendum te honoreren en dus van besluitvorming die geen vervolg zal krijgen. Omdat er geen voortzetting van de besluitvorming plaatsvindt, is van een voorbereidingsbeslissing in de zin van art. 6:3 Awb naar het oordeel van de rechtbank in beginsel geen sprake. Daarvoor spreekt in casu eens te meer het gegeven dat de belangen betrokken bij de beslissing op basis van de genoemde referendumverordening van totaal andere aard zijn dan de belangen bij de beslissing waarvoor het referendum wordt aangevraagd en is bedoeld. Daaraan doet volgens de rechtbank niet zonder meer af of hetgeen onderwerp wordt of zou kunnen zijn van het te houden referendum uiteindelijk uitmondt in een (voor bezwaar en beroep vatbaar) te nemen besluit. Het toepassen van art. 6:3 Awb, zoals verweerder dat heeft gedaan, dient te worden beperkt, immers anders zou dat ertoe leiden dat geen enkele beslissing in het kader van de desbetreffende verordening zelfstandig appellabel is. Gezien de tekst van de verordening en de toelichting daarop kan dat zeker niet de bedoeling zijn. De raad van de gemeente Kerkrade, verweerder. mr. R.J.G.H. Seerden
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
