Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8008

Rechtbank Maastricht · 24-10-2001 · zaaknummer AWB 01/1189 WOB VV ZWA

BestuursrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bij ontbreken van rechtens op de Awb gestoelde dwang(mogelijkheden) om gedingstukken feitelijk in bezit te krijgen, kan hoogstens toepassing worden gegeven aan art. 8:31 Awb. Afwijzing verzoek van journalist om documenten/informatie te verschaffen over het provinciaal scholings- en werkgelegenheidsbeleid aangaande een aantal in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF) gesubsidieerde projecten. De president is van oordeel dat verweerder, bij afweging van het terzake in art. 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de WOB bedoelde belang, in dit stadium en op dit moment in redelijkheid tot het oordeel kan komen dat bij inwilliging van het verzoek hangende het onderzoek door de Commissie van Onderzoek dat belang zou kunnen worden geschaad. Er is ook overigens voorshands niet gebleken of aannemelijk geworden dat het bestreden besluit in dit stadium geen stand zou kunnen houden. Geen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Verweerder heeft omstreeks 18 september 2001 een aantal tot de gedingstukken behorende projectadministraties aan de desbetreffende stichtingen teruggegeven, nadat door deze stichtingen de bewaargevingsovereenkomsten waren opgezegd. Verzoekster heeft aan de president in overweging gegeven om deze stukken eventueel met dwang tot zijn beschikking te krijgen. De president merkt daarover het volgende op. Op verweerder rustte ingevolge art. 8:83 Awb de plicht de gevraagde projectadministraties waarover verweerder ten tijde van het bestreden besluit beschikte als gedingstukken aan de president over te leggen. Dat verweerder volgens een clausule in de bewaargevingsovereenkomsten met de stichtingen de stukken niet zonder toestemming van de stichtingen aan derden ter beschikking mocht stellen doet niets af aan die verplichting. De president ontbeert in dezen echter rechtens op de Awb gestoelde dwang(mogelijkheden) om gedingstukken feitelijk in zijn bezit te krijgen. Naar zijn voorlopig oordeel staat hem, gelet op art. 8:31 Awb, slechts de mogelijkheid open, aan het niet overleggen van de stukken slechts ten aanzien van het geschil een uitspraak te verbinden die hem geraden voorkomt. Naar verwachting van de president had ook bij kennisneming van de vorenbedoelde administraties het verzoek om een voorlopige voorziening wegens het belang van controle door de Commissie van Onderzoek c.q. Provinciale Staten moeten worden afgewezen. Voor een toewijzing van het verzoek met toepassing van art. 8:31 Awb ziet de president onder de huidige omstandigheden daarom geen aanleiding. Gedeputeerde Staten van Limburg, verweerder. mr. T.E.A. Willemsen (president)

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.