Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2026

Rechtbank Maastricht · 20-02-2001 · zaaknummer AWB 0/245 AKW Z

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In casu sprake van dringende redenen zodat van terugvordering moet worden afgezien, aangezien het stilzitten van de SVB, ondanks meerdere mededelingen van eiseres, als onzorgvuldig en nalatig bestempeld kan worden. Eiseres ontving kinderbijslag voor X, de zoon uit het eerste huwelijk van haar echtgenoot. X woont bij zijn moeder in Duitsland. Met terugwerkende kracht is per 1 juli 1997 aan de moeder van X Duitse kinderbijslag toegekend. Van eiseres is per dezelfde datum te veel betaalde kinderbijslag ad fl. 3.597,- teruggevorderd. Rechtbank: Verweerder heeft blijkens de SVB Beleidsregels 2000 (paragraaf 5.3.2.2) beleid ontwikkeld ten aanzien van verlaging of intrekking met terugwerkende kracht wegens wijziging van de omstandigheden. Het kan voorkomen dat verlaging of intrekking van een uitkering wegens wijziging van de omstandigheden niet tijdig plaatsvindt, omdat verweerder niet tijdig van de wijziging op de hoogte was of omdat een wijziging, waarvan verweerder wel tijdig op de hoogte was, niet tijdig is verwerkt. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan verweerder besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien (art. 14a.2 AKW). Ook kunnen de abbb, zoals het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, ertoe nopen dat verweerder geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afziet. Verweerder heeft in verband daarmee een aantal beleidsregels vastgelegd. De rechtbank stelt vast dat deze beleidsregels in casu aan de orde zijn, omdat gewijzigde omstandigheden (X's moeder ontvangt Duitse kinderbijslag) niet tijdig door verweerder zijn verwerkt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn die wijzigingen geheel en al door toedoen van verweerder niet tijdig verwerkt. Vaststaat namelijk dat eiseres jaarlijks verweerders vragenformulieren ingevuld retourneerde met de mededeling niet op de hoogte te zijn van de gezinssituatie in Duitsland en met het verzoek aan verweerder een en ander uit te zoeken; tevens staat vast dat verweerder telkens per kwartaal uitkeerde en dat eiseres verweerder meermalen heeft verzocht onderzoek te verrichten naar de situatie in Duitsland en dat verweerder daarin heeft toegestemd. Tenslotte staat vast dat verweerder pas in 1999 op herhaaldelijk aandringen van eiseres onderzoek heeft verricht naar de thuissituatie van X, waarna bleek dat per 1 juli 1997 geen recht meer op kinderbijslag bestond. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat er geen sprake is van dringende redenen om van de intrekking per 1 juli 1997 geheel of gedeeltelijk af te zien. En daarmee heeft verweerder ten onrechte ook niet onderzocht of de beleidsregels op dit punt aan de orde zijn. De eerste beleidsregel die verweerder in dit verband heeft geformuleerd, is - voor zover hier van belang - deze: De SVB gaat niet tot herziening met volledig terugwerkende kracht over als de uitkeringsgerechtigde al zijn verplichtingen is nagekomen en hij voorts niet heeft kunnen begrijpen dat de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd verleend. In een dergelijk geval wordt de uitkering in beginsel zonder terugwerkende kracht herzien. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerder deze beleidsregel moeten toepassen, omdat voldaan is aan beide voorwaarden. Gelet op bovengenoemd, niet weerlegd en betwist, feitenrelaas kan eiseres niet worden verweten dat zij haar verplichtingen niet of niet goed is nagekomen. Zij heeft immers de informatie die zij had aan verweerder verstrekt en er bij verweerder steeds op aangedrongen nader onderzoek te verrichten in een, alleen al nu het mede om Europese regelgeving gaat, complexe materie. Het is verweerder die in dezen heeft stilgezeten en door dit stilzitten is het bedrag dat onverschuldigd is betaald, nodeloos opgelopen. De rechtbank kan niet anders dan dit gedrag als onzorgvuldig en nalatig bestempelen. Dat het om een louter administratieve vergissing zou gaan, daarvan is, gelet op de feiten, geen sprake. Onder deze bijzondere omstandigheden heeft eiseres er dan ook terecht op vertrouwd dat zij steeds recht op kinderbijslag voor X had en kon en hoefde zij niet te begrijpen dat zij geen recht op kinderbijslag had. Intrekking met volledig terugwerkende kracht behoort naar het oordeel van de rechtbank op grond van de eigen beleidsregels van verweerder niet tot de mogelijkheden. Dit betekent dat er geen grond bestaat voor de intrekking met terugwerkende kracht en de daaraan verbonden terugvordering. Beroep gegrond. Sociale Verzekeringsbank, verweerder. mr. M.C.A.E. van Binnebeke

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.