ECLI:NL:RBMAA:2000:AA8491
Rechtbank Maastricht · 08-11-2000 · zaaknummer AWB 99 /928 OSV I
Inhoudsindicatie
Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag is tegen beter weten in genomen, nu meer dan twee jaar is verstreken tussen de aanvraag en de beslissing. Afwijzing van het verzoek tot vergoeding van de in de bezwaarprocedure gemaakte proceskosten. Gelet op het standpunt van de CRvB en de ABRS, alsmede het voorstel van wet inzake Wijziging van de Awb m.b.t. de kosten van bezwaar en administratief beroep toetst de rechtbank aan het criterium of verweerder tegen beter weten in een onrechtmatig besluit, in casu een met het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld besluit, heeft genomen. Tussen partijen is niet in geding dat verweerder niet tijdig op de aanvraag heeft beslist. Van de zijde van verweerder zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan dit niet tijdig beslissen verschoonbaar zou moeten worden geacht. In het bijzonder is niet gebleken dat het niet tijdig beslissen het gevolg is van gedragingen van eiser. Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op de aanvraag van 7 juli 1998 is als onrechtmatig aan te merken. Het enkele feit dat het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op een aanvraag als onrechtmatig kan worden aangemerkt kan nog niet tot de conclusie leiden dat de door de betrokkene in de bezwaarschriftprocedure gemaakte kosten door het bestuursorgaan dienen te worden vergoed. Tot een dergelijke vergoeding is het bestuursorgaan echter wel gehouden indien het besluit "tegen beter weten in" is genomen. In dit verband zij erop gewezen dat blijkens de Nota naar aanleiding van het verslag inzake de wijziging van de Awb m.b.t. de kosten van bezwaar en administratief beroep (kosten bestuurlijke voorprocedures) onder par. 4, vijfde alinea, termijnoverschrijding in de fase van de primaire besluitvorming - het uitblijven van een beslissing - onder het bereik van dit wetsvoorstel valt. De rechtbank beantwoordt de vraag of verweerder tegen beter weten in niet tijdig op de aanvraag heeft beslist bevestigend, nu tussen de aanvraag en de beslissing hierop een periode van méér dan twee jaar is verstreken. Voor een overschrijding van deze omvang heeft verweerder een niet afdoende verklaring gegeven door te stellen dat zijn organisatie nu eenmaal gescheiden trajecten kent voor het nemen van beslissingen op aanvraag en op bezwaar. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mrs. M.C.A.E. van Binnebeke, R.E. Bakker, W.L.J. Voogt
Advocaten
- A.C.S. Grégoire
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
